Ontvang twee keer per maand een nieuwsbrief

Fear and Loathing in Las Vegas is het bekendste werk van Hunter S. Thompson, de uitvinder van de Gonzo-journalistiek; een wilde manier van verslaggeving waarbij de journalist zichzelf centraal zet het verhaal. Hij banjert als het ware rond als een agitator; provocerend, notulerend, en in Thompson’s geval, vaak onder invloed van verschillende soorten drugs. 

Dit boek is wellicht de parel van het genre, want het beschrijft een 3-dagen lange bender van de journalist Raoul Duke (Tompson’s pseudoniem) die samen met zijn advocaat naar Las Vegas gaat om verslag te leggen van een motorrace wedstrijd en een anti-drugs conferentie. 

Ze rijden in snelle auto’s, nemen ontelbaar verschillende soorten drugs, ruïneren hotelkamers en doen alles dat God verboden heeft. Toch is er geen sprake van agressie of van barbarie, Duke en zijn advocaat Gonzo zijn namelijk bijzonder eloquent en goed op elkaar ingespeeld. 

Ze weten zich uit verschillende netelige situaties te helpen door met ongekende snelheid uitgebreiden achtergrondverhalen over hun medestanders heen te kotsen. Neem bijvoorbeeld de situatie waarin een kamermeisje Gonzo naakt in de kast van hun suite vindt, terwijl hij zijn maaginhoud in een net paar schoenen probeert te lozen. Hoe verklaar je zoiets? Lees het boek en kom er achter op wat voor een agressieve manier deze naakte mannen dit oplossen. 

Dit lijkt een absurde scene, maar het gaat naadloos over in context van het boek. Het boek is soepele aaneenschakeling van absurde, door drugs aangevoerde praktijken.

Het boek speelt zich af in Las Vegas, wat natuurlijk erg helpt bij het creëren van absurde scenes. Er zijn hoeren, dealers, apen, ijsberen, en iedereen is in een andere staat van zijn. Het is ook de uitgelezen locatie voor Thompson’s beschouwingen van de gefaalde protestbewegingen uit de jaren 60 en het falen van de American Dream. 

In het boek word herhaaldelijk aangehaald dat de journalist en zijn advocaat opzoek zijn naar ‘American Dream’. Er zijn veel neerbuigende verwijzingen naar Horatio Alger en zijn middle class/rags to riches, utopische visie van de American Dream. Toch is het in mijn ogen niet zo dat het vinden van de American Dream, noch de naargeestige persiflage ervan, de vooraf opgestelde beweegredenen zijn voor Duke en Gonzo om te doen wat ze doen in die drie dagen in Las Vegas. Het lijkt me meer een zwakke verklaring achteraf, welhaast een excuus om enige rationaliteit te verbinden aan hun dolende bestaan.

Ik bedoel dit niet op een negatieve wijze, die zwakte van het achteraf redeneren, daar zit de ‘fear’ en ‘loathing’ juist in. Wanneer je niet weet wat je doet en waarom je dingen doet, en daarom achteraf maar betekenissen bedenkt voor je gedrag. Dat is geen kenmerk van een persoon die blaakt van het zelfvertrouwen en standvastigheid. Het zijn symptomen van de menselijke zwakte.

Ik begon met het lezen van Fear and Loathing op dezelfde dag dat ik Oorlog en Vrede van Tolstoj uitlas en een grotere 180-zwiep is wellicht niet denkbaar. Tolstoj trekt 1700 pagina’s uit om alle subtiliteit van emoties en relaties tussen personages te beschrijven, terwijl  Fear and Loating juist een vrij klinisch boek is. Het leest als een verslag van Duke’s avonturen, in Duke’s eigen woorden. Deze manier van schrijven zou ruimte bieden aan een introspectief van een wilde, drugs gebruikend journalist en de titel ‘Fear and Loathing’ schept ook zeker de verwachting dat er in bepaalde maten over emoties gerept zal worden. Toch is het niet zo dat we vanuit Duke’s woorden daar heel veel over te weten komen, de ‘Fear’ en ‘Loathing’ spreken meer vanuit zijn daden. En die daden spreken luid en duidelijk. Een schitterende wervelwind is dit boek. Ik heb er van genoten. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »