Ontvang twee keer per maand een nieuwsbrief

Ramon en Alfons bevonden zich in cafe De Valse Droeftoeter, aan de derde dwarsstraat van het populaire Straten. De asbak op hun tafel was gevuld met 13 sigaretten, wat als tijdaanduiding gold voor deze prille herfst avond. Ze waren hier omstreeks 15:00 gearriveerd en ze rookten ieder om de 20 minuten een sigaret. Het resultaat van de rekensom gaf een aardige representatie van de daadwerkelijke tijd op dat moment.

Tussen de lippen van Alfons hing nog een sigaret, waarvan het as aan het uiteinde langzaam naar zijn mond kroop. Alfons was niet gefocust op zijn sigaret en even min op Ramon, die als perfecte voorzetting van de zelfde reeks ook niet gefocust was op een ieder van de voorgenoemde subjecten. Beiden heren verkeerde in hun eigen gedachten.

Alfons ontwaakte als eerste uit zijn gedachten. Hij draaide zijn lichaam lichtjes en richtte lichaam en woorden tot Ramon: ‘Pardon, Ramon, ben je een conservatieve confessioneel?’ Ramon draaide zijn hoofd ook naar Alfons en nu vormde ze weer collectieve eenheid met hun tafel, asbak en stoelen. ‘Ik ben helemaal niets,’ vertelde Ramon, hij zuchte even, ‘ik geloof niet dat ik me ergens bij kan scharen, want ik ben me bewust van de grilligheid van m’n eigen natuur. Ik zou mezelf verafschuwen als ik me publiekelijk ergens bij aansluit en dat geloof later zou moeten verloochenen.’

Er verscheen een glinstering in Alfons ogen: ‘Dus je hebt gewoon de ballen niet om ergens voor te staan.’ Hij tikte zijn sigaret af en voegde daarmee de 14de sigaret in de asbak wat het dus half zes in de avond maakte. Ramon haakte kalm in op deze provocatie, ‘Zou kunnen. Maar ik voel me simpelweg niet instaat een mening te construeren over dingen waarin ik geen omnipresente positie neem. Ik wil daadwerkelijk ieder perspectief op een situatie beproefd hebben en ieder minuscuul detail weten, alvorens ik een mening in een elkaar flikker. De kwestie is dus niet zozeer dat er bij mij de wil ontbreekt om meningen klaar te stomen, de drempel zit ‘m meer in het feit dat ik onmachtig ben,’ Ramon keek Alfons aan, ‘wellicht als ik 80, dat ik dan meningen heb.’

Alfons moest grinnikte en voegde toe: ‘en een ruggengraat.’ Ramon moest ook even lachen en leunde nu weer achterover. Alfons: ‘Ik begrijp wel wat je bedoeld. Het is fijner en veiliger om een beschouwer te zijn.’

Ramon glimlachte en knikte, ‘klinkt wel echt heel mieterig inderdaad’.   Hij pakte zijn pakte Marlboro van tafel en leunde achterover op zijn stoel, hij wipte een sigaret uit het pakje en liet het tussen zijn lippen balanceren. Even keek hij Alfons aan, die hem gadesloeg, dan gooit hij zijn hoofd met een zwier achterover. De sigaret is op het plafond gericht, terwijl Ramon de top verhitte met zijn aansteker. Hij nam een diepe teug en ademde die ook weer uit. Alfons zag het allemaal gebeuren, hij keek er naar. Toen liet Ramon zijn stoel en lichaam weer terugvallen en sloten ze het verband met de tafel wederom.

‘Ik zou niet zeggen dat alle idealisten en pragmatisten idioten zijn. Ik hecht daar niet direct een waarde oordeel aan, maar kortzichtig zijn ze beslist. Ze beperken zichzelf, want op het moment dat je je verbindt aan een gedachtegoed, dan ben je verloren. Dan is er geen weg meer terug. De kans is dan groot dan je een tunnel in gereden bent en je de rest van je leven trouw zult blijven aan dat gedachtegoed. Zelfs als het je lukt om je los te werken uit een gedachtegoed, dan is het schier onmogelijk daar geen littekens aan over te houden. Zij het in je gedachtengoed, zij het in de sociale afbeelding die je van jezelf gecreëerd hebt.’

Alfons boog nu ook naar voren en legde zijn ellebogen op de tafel, ‘het is vergelijkbaar met roken. Veel mensen denken dat ze sterk zijn wanneer ze stoppen met roken, terwijl het tegendeel waar blijkt te zijn, omdat de gedragingen en de wilskracht van een persoon die zich volledig toegelegd heeft op het niet-roken, precies de zelfde zijn van een persoon die zich volledig toegelegd heeft op de activiteit van het wel-roken.’ Ramon fronste geïnteresseerd zijn wenkbrauwen. Alfons verklaarde, ‘echte wilskracht zit niet in het volledig toeleggen op één specifieke activiteit, wilskracht vind je in een bepaalde vorm van matigheid.

Je kan volledige stoppen met roken en nooit meer een sigaret aanraken, maar op wat voor manier toon je dan wilskracht anders dan je volledig toeleggen op het wél roken van sigaretten? Een veel groter betoon van wilskracht is de persoon die in staat is te roken wanneer hij wilt en gelijktijdig zichzelf van beletten van het roken wanneer hij wilt.

Wanneer je of wel volledig toewijd bent aan sigaretten of wel volledig toegewijd bent aan het niet roken van sigaretten, heb je geen keuze. Wanneer toon je dan wilskracht? Het is slechts toegespitst op het moment van je keuze om ofwel te roken, of juist niet, daarna is er geen mogelijkheid meer om je persoonlijkheid te tonen.’ De twee jongens keken elkaar aan. Alfons had standvastig en trots geklonken, maar nu Ramon niet direct bevestigend knikte, schoot er een onzekerheid door z’n ogen.

‘We zouden alle Joden dood moeten trappen’ besloot Ramon. Alfons moet hardop lachen en trapte Ramon onder de tafel tegen zijn poten. Direct was de spanning die Alfons ervaarde gebroken. ‘Kom we vertrekken’ vervolgde Ramon. De twee jongemannen stonden op van hun tafel en begaven zich naar de uitgang.

Ramon hield die deur open voor Alfons en was zodanig de tweede persoon van het kleine gezelschap dat buiten was. Het licht van de lantaarnpalen deed de minimale miezer-regen oplichten. Het visuele aspect van de regen was welhaast de enige manier op het op te merken, want erg nat werd je er niet van. Alfons en Ramon liepen richting de Straten.

‘Meen je dat van de Joden?’ vroeg Alfons aan zijn compagnon. ‘Nee, dat was een grapje,’ zei Ramon, ‘maar alle andere religieuzen zou ik wel graag een trap verkopen.’ Om die uitspraak kracht bij te zetten schopte hij heel hard tegen Alfons’ scheenbeen aan.

‘Godverdomme, stomme klootzak!’ schreeuwde Alfons en hij duwde Alfons tegen de muur, ‘Stomme kut Katholiek!’ riep Ramon lachend terwijl hij de de klap tegen de muur opving met z’n handen.

‘Je bent echt een gek’ zei Alfons terwijl ze beiden hun handen diep in de zakken van hun overjassen staken. ‘Achja’ antwoordde Ramon, ‘dat zal dan ook wel.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »