Meld je aan voor de nieuwsbrief

Het regende. Uit de lucht vielen druppels water, tot dat ze de grond raakten. Regen heeft de eigenschap op te houden wanneer het de grond raakt. Daar dacht Fritz even over na. Fritz had een nicht gehad die veel nadacht. Over dingen. Daar was ze snel mee opgehouden toen ze vlak na haar 11de verjaardag overleden was aan tuberculose. Dat was een beetje een familie kwaaltje bij Fritz’ familie. Of nee, toch niet. Tyfus is niet erfelijk overdraagbaar. Maar kwaaltjes zaten er desalniettemin genoeg in z’n familie. Daar dacht Fritz liever niet aan. Hij dacht weer aan de regen. 

Fritz was met beide billen op een keukenstoel gaan zitten. Vlak voor het raampje naast de deur. Zo zat hij voor zich uit te staren. De regendruppels vielen nog steeds. Het was een genot om naar te kijken. Het geluid wat er bij gepaard ging versterkte het gevoel van blijdschap dat Fritz voelde sinds hij de eerste plasjes had zien ontstaan op z’n erf. Heerlijk.

Fritz besloot dat het tijd was om een pijpje op te steken. De botten in z’n ruggengraat kraakte tijdens het opstaan van de keukenstoel. Het was een lelijke stoel. Toen Kaldewijn er op een koude winterdag mee thuis was gekomen had Fritz het voor brandhout gehouden.

Kaldewijn had de stoelen gekocht op de markt toen ze samen met Ingrid Machlova naar de markt in Terkum was geweest. Ingrid was de vrouw van de voormalig Minister van Verkeer van Kroatië. Voor Ingrid was dit een aanleiding om zich hooghartig te gedragen, maar Fritz vond dat niet terecht, want wees nu eens eerlijk, wat heeft Piotr Machlova, zoals de voormalige minister heette, nu eigenlijk bereikt? Hij had weliswaar het oude centrum van Zagreb verbonden met het nieuwe gedeelte van de stad door zes bruggen over de Save heen te werpen, maar die bruggen  waren er zonder Piotr ook wel gekomen.

Fritz moest niets hebben van Piotr. Derhalve moest Fritz ook niets hebben van Kroatië. Wat ook de reden was dat hij niets moest hebben van Ingrid en z’n oordeel over de esthetische waarde van de stoel lag daar ook aan te grondslag. ‘Zal ik ‘m dan toch maar als brandhout gebruiken?’ mompelde Fritz. Nee, dat was een verbaal conflict met Kaldewijn niet waard. 

Op de schouw lagen een aantal enveloppen gevuld met tabak.  Fritz nam er één en liep weer terug naar het lelijke stoeltje. Daar liet hij zich weer zakken tot dat zijn bilpartij de zitting raakte en z’n rug de rugleuning. Hij vulde z’n pijp en stak ‘m aan. Af en toe pufte hij wat rook uit. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *