Meld je aan voor de nieuwsbrief

Fritz had ooit een minnares gehad. Een graatmager klein Aziatisch meisje. Ze schreef hem brieven. Hij schreef haar terug.

Ze noemde hem altijd Michael, of Mister Smithie. En dat ze hem heel graag wilde ontmoeten in Amerika. 

Maar Fritz wilde helemaal niet naar Amerika, en dat vertelde hij haar ook. Fritz had niets met dat arrogant, vadsig rotvolkje.


Het was weer zaterdagavond. 

De grote eikenhouten klok op de schouw liet met haar heldere bellen weten dat het zeven uur in de namiddag was.

Fritz vouwde de krant van gistermorgen om, en keek over het blad in de richting van Kaldewijns stoel. Die had haar boek al op ’t bijzettafeltje gelegd en streek nu de plooien in haar jurk glad. 

Fritz zette z’n leesbril af en liep naar de schouw. Daar bewaarde hij z’n brillenkokertje. Na het kokertje gevuld te hebben draaide hij zich om. 

Daar stond Kaldewijn. Haar hele jurk was ondertussen mooi glad van al dat gestrijk. 

Fritz vroeg zich af waarom om de plaat nog niet draaide. Met een lichte,  zichtbare ergernis op z’n gezicht liep hij naar de platenkast.

Zocht even naar die ene plaat van John Coltrane. Plaatste ‘m met grootst mogelijke zorgen op de speelplaat en richtte de naald de plek waar Fritz en Kaldewijn ‘m elke zaterdagavond op richtten. Het was niet zo dat daar hun favoriete stukje van ‘A Love Supreme’ begon. Ze konden de intro gewoonweg niet uitstaan, dus sloegen ze die altijd over.

Met een lichte grijns op z’n gezicht draaide Fritz zich om. Kaldewijns ogen weerkaatsten het licht van het enige peertje dat enkel en alleen aan z’n stroomdraadje aan het plafond hing. Langzaam bewogen ze zich naar elkaar toe. De schoenen maakten daarbij geen geluid. Het enige wat te horen was waren de klanken van John’s saxofoon die door de ruimte zweefden. 

Fritz handen vonden Kaldewijns heupen, Kaldewijn sloot haar armen om zijn nek. Even keken ze elkaar aan, toen wendden ze beiden hun hoofd naar beneden en stonden ze enige tijd met hun hoofden tegen elkaar te genieten. 

Als in een trance richtten ze hun hoofden op en begonnen ze aan hun rustige dans. 

De bewegingen, de klanken, het schemerlicht; alle factoren van Fritz en Kaldewijns geluk bleven goed geconserveerd tussen de muren van hun kneuterige huisje. Want van buiten bleef het gebouwtje zijn grauwe kleur behouden, maar van binnen leek de ruimte met goud gevuld te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *