Meld je aan voor de nieuwsbrief

Bushok

Een beeldverhaal.

De zon was weggetrokken en de maan was deze avond niet aan de hemel verschenen. Om hem heen werd het gebrek aan noemenswaardige voorwerpen opgevuld door duisternis en laaghangende takken. Hij stond roerloos voor zich uit te staren. Zijn gevoel vertelde hem dat hij daar al een eeuwigheid stond, zijn verstand bracht hem realiteitszin: een eeuwigheid is een literair begrip, het draagt geen praktische handvaten. Zijn houding was roerloos, in beton verankerd. Zijn ogen staarden glazig voor zich uit. De levendige glinstering die zijn ogen ooit verlichtte, was vervangen door een doffe reflectie van de neonlichten van het tegenover gelegen benzinestation.

Voor hem stopte een bus en de treurige weerspiegeling van het Shell logo werd vervangen door de reflectie van led lichten van de bus. Een man met een koffer stapte uit en liep, zonder naar hem om te kijken, voorbij. De bus reed weer verder en hij stond weer alleen. Nog altijd roerloos.

Ze had hem hier achtergelaten. Eigenlijk was hij wel gewend geraakt aan het feit dat mensen onherroepelijk uit je leven kunnen verdwijnen. Dat is wat sommige mensen doen: je bouwt een leven met ze op, je betrekt ze in de patronen van je leven en je hebt het gevoel dat je in hun patronen ook voorkomt. De verwevenheid van de patronen blijkt echter niet perspectivische overeen te komen en mensen verlaten je.

Nooit had hij gedacht dat zij hem uit haar patroon kon verwijderen. Was hun verwevenheid zo zwak geweest? Had hij dan altijd meer waarde gehecht aan hun gemeenschappelijke momenten dan dat zij dat deed?

Hij bleef tijdens deze contemplaties onbeweeglijk voor zich uit staren. Hij had het punt in de nacht bereikt dat er geen bussen meer voorbijkwamen. Het verschijnsel van de enkele auto die nog voorbijtrok werd gereduceerd tot een geluid dat van zijn rechter naar zijn linker oor trok.

De laaghangende takken, de duisternis en het doffe Shell logo, hij voelde de leegte van zijn omgeving perfect aan: het versterkte zijn emotie.

Hij moest denken aan alle momenten die ze samen hadden gedeeld. Ze waren vrijwel iedere dag samen, voor ze naar haar werk ging en wanneer ze van het werk af kwam waren ze samen. Wanneer er regen viel in haar leven kon ze schuilen bij hem en hoewel hij wist dat zij het fijn vond dat ze altijd bij hem terecht kon, vond hij het net zo fijn dat ze op die momenten altijd naar hem kwam. Hij had het haar nooit verteld, maar hij hield ervan om haar in zijn armen te sluiten op die dagen en haar dicht tegen hem aan te houden. Hoe ze dan weer lachte wanneer ze vertrok en hoe hij haar warmte kon blijven voelen.

Hij had het haar moeten vertellen.

Nu stond hij hier alleen, met slechts takken, Shell en de duisternis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *