Meld je aan voor de nieuwsbrief

Foto via het Noord-Hollands Archief

‘Maar je dacht toch wel even dat ik dood was, of niet?’ vroeg de barman toen direct aan Rosalinde. 

Ze keek hem alsof ze een kalf had zien verdrinken. De hersenproblematiek van de barman dwong hem echter in de hoek van het onbegrip, wat een ongemakkelijk stilte opleverde waarin Rosalinde en de barman elkaar betekenisloos aankeken. 

Om de vervolgzetting van de avond te vergemakkelijken lijmde Ramon de twee weer terug de bar in, ‘Ja, het moge duidelijk zijn dat ze geloofde dat je dood was kerel.’ En om Rosalindes acceptatie te winnen voegde hij er aan toe ‘Wat een nare streek van je om haar op deze wijze welkom te heten. Vooruit, geef haar eens een drankje. Wat lus je te drinken Roos?’

Het gewenste effect was bereikt en alle aanwezigen waren weer in de gemoedstoestand die men wenst in een bar; dorstig, luchtig en vrij van bezwaren.

De barman transporteerde zijn lichaam weer naar zijn voorbestemde plek achter de bar, terwijl de drie studenten zich aan hun zijde een degelijke kruk uitzochten. ‘Wat lust je te drinken, Roos?’ vroeg de barman, in een poging zijn eerste indruk te herstellen.

‘Noem me maar gewoon Rosalinde, dat is mijn naam.’ Rosalinde stak haar hand uit naar de barman, die deze gewillig aannam en schudde. ‘Uitstekend.’ bevestigde Ramon. ‘Schenk me maar een gin-tonic met komkommer, alsjeblieft,’ vervolgde Rosalinde.

Haar twee medestudenten keken haar compassievol aan, waarop Alfons haar mededeelde dat er in deze bar slechts bier geschonken werd. ‘Ah, juist, nou, schenk me dan maar een biertje,’ zei Rosalinde. ‘Maak er maar vier van barman!’ riep Alfons enthousiast. ‘Juist, juist!’ mompelde Ramon met het luidste volume dat hij over zijn lippen kon krijgen ondanks de belemmering van de verse sigaret ertussen die hij probeerde te verlichten.

Het balans van de bar was weer hersteld. Drie studenten aan de bar die ijverig aan het drinken waren, een barman achter de bar en een dronkaard aan het bareind. 

Wat volgde was een voortzetting van de drankveldtocht die Alfons en Ramon die middag begonnen waren. De barman zoop vrolijk mee en Rosalinde bracht haar verse lever langzaamaan ook op het zelfde niveau. Toen de uren die versteken waren bij elkaar op geteld ongeveer 22:00 aantikte, begon het bij de jeugd te kriebelen om eens aanstalten te maken en naar de Ganzennek te vertrekken. Alfons zag Ramon op z’n horloge kijken en hij knikte naar zijn kameraad, ’yes, yes, Ramon. Tijd om te vertrekken?’ Ramon sloeg zijn handen op zijn knieën ter bevestiging en liet een diepe ‘jaa’ vanuit de onderkant van zijn longen komen. ‘Okay, let’s go.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *