Meld je aan voor de nieuwsbrief

Foto via het Noord-Hollands Archief

Samen met de weekschedelige barman dronken Alfons en Ramon een aantal lekkere pinters aan de bar. Na het verstrijken van een stel uren waren hun kelen goed gesmeerd en hun mouwen goed nat van het bier dat op de bar lag.

In een non-verbale overeenkomst hadden ze met de barman afgesproken dat hij deel uit mocht maken van hun bezopen triumviraat, zolang hij hen maar van gratis bier bleef voorzien.

Zo volgde biertje op biertje, terwijl de barman zich over geen enkele ander klant hoefde te ontfermen. Op de slapende Joachim na bleef het cafe namelijk tamelijk leeg. Dat wil zeggen: totdat Rosalinde aarzelend de deur opende.

Er heerste een doodse stilte in de bar, zodat al dat haar zintuigen trof de dunne reepjes blauwe sigarettenrook waren die door de bar bewogen. Verder trof ze slechts een hoop omvergesmeten stoelen en vier mannen die voorovergebogen over de bar hingen. Aan het uiteinde van de bar lag Joachim te slapen en in het midden lagen Alfons, Ramon en de barman voorovergebogen op de bar.

De drie heren waren bevangen van totale concentratie, terwijl de barman langzaam een bierviltje optilde om die bovenop twee andere bierviltjes te laten balanceren. Aan de willekeurig verspreidde bierviltjes in hun midden viel op te maken dat deze architectonische escapade tot dan toe zowel tijdrovend als vruchteloos was gebleken. 

Rosalinde had haar jas nog aan en zette enkele stappen bar-inwaarts, ‘Ramon, Alfons? Zijn jullie dat?’ zei ze op zachte wijze. De subtiele verschuiving die haar woorden teweeg brachten in het equilibrium van de bar-constellatie was genoeg voor de barman om zijn focus te verliezen, zijn bierviltje te laten vallen en tweelonging uit te halen naar Rosalinde:

‘JIJ VUILE HOER KUN JE NIET ZIEN DAT WE BIJNA ZOVER WAREN, VERKRAMPTE MELKFABRIEK DAT JE HIER NOG RONDLOOPT, WAAR HAAL JE HET GORE LEF VANDAAN!

De barman wierp zichzelf over de bar, volledig in staat om Rosalinde iets aan te doen. Ramon en Alfons waren echter ook uit hun bouwkundige rol opgeschrikt en toen ze realiseerden dat de barman bijzonder akelige intenties had aangaande hun studiegenoot, besloten ze de barman bij de lurven te grijpen en op de grond te smijten.

‘Niet zo vlug maatje,’ Ramon was bovenop de barman geklommen en hield zijn knie op de borstkast gedrukt, ‘dit is Rosalinde, we kennen haar, er is geen reden om haar iets aan te doen.’

Maar de barman was buiten zinnen en bleef maar om zich heen slaan. ‘Alfons, ALFONS!’ riep Ramon, ‘duw ‘m op z’n schedel!’ Rosalinde keek vol schrik naar het tafereel dat zich voor haar ogen voltrok. Alfons stond ook verstijfd van de vele impulsen naar Ramon en de barman te kijken. ‘Z’n schedel, Alfons!’ riep Ramon nogmaals.

Na deze aansporing besefte Alfons wat Ramon bedoeld had en hij knielde zich haastig naast de barman neer. Hij wreef over het bolletje van de barman terwijl hij met z’n twee duimen al tastend op zoek was naar de zwakke plek in de schedel. Deze hele aaneenschakeling van gebeurtenissen verwarde Rosalinde enorm, maar uiteindelijk wist Alfons de zwakke plek te vinden zodat de barman weer bewusteloos neerviel.

De twee jongemannen haalden opgelucht adem en draaide zich van de barman weg. Vanaf hun zittende positie keken ze uitgeput omhoog naar Rosalinde, ze waren nog niet in staat om voldoende lucht te verzamelen om verklarende woorden uit te brengen. 

‘Wat de fok, jongens?’ Rosalinde bleek ook niet bij machte om een fatsoenlijke vraag te formuleren. ‘Eeh, ja…’ stampende Alfons, om de stilte maar te doorbreken. ‘Jaja,’ vulde Ramon aan terwijl hij zich aan een stoel omhoog trok, ‘welkom Rosalinde, hoe maak je het?’

Het leek Ramon beter om geen poging te wagen om de situatie uit te leggen en in plaats daarvan direct ter zake te komen.

Rosalinde spark: ‘Ja, wel goed, hoewel deze entree wel een behoorlijke schok voor me was moet ik zeggen. En de barman, is die nu dood?’

‘Neenee, hij maakt slechts een grapje,’ antwoordde Alfons en daaropvolgend wierp de barman zich met een krachtige zwiep weer op twee benen en riep ‘hiephiephiep! Ik leef nog, het was maar een grapje!’

Alfons was ondertussen ook opgestaan en klopte de barman op zijn schouder, ‘jaja, dat had ik reeds verkondigd.’

‘Oh, dat neemt wel enigszins weg van het verrassingselement,’ zei de duidelijk beteuterde barman. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *