Meld je aan voor de nieuwsbrief

De laag bladeren op het wegdek was in omvang gegroeid sinds de herfst was ingetreden, drie weken geleden. Tezamen met de frisse ochtenddauw, maakte het een ranzig en slipperig geheel. Alfons liep voorbij de stadsschouwburg en deed zijn uiterste best niet uit te glijden. Zijn hand gleed over de ijzeren kettingen die de voetgangers van de statige grachtenpanden moest verwijderen. De verfrissing van de, aan de kettingen bevestigde, condensdruppels op zijn vingers brachten hem een tintelend gevoel.

Alfons strekte in een vlugge beweging zijn linkerarm in zijn geheel, om op deze wijze zijn stilstaande horloge demonstratief onder zijn mouw vandaan te laten verschijnen. Doordat hij op het zelfde ogenblik de kloktoren van de St. Fabianus kerk voorbij liep kon hij het ongemak van zijn kapotte horloge overkomen. Volgens zijn planning zou hij 5 minuten te laat komen voor het college Literaire Analyse. Hij versnelde zijn tred en besloot zijn bezoek aan het universiteit café voor een kop koffie over te slaan. In plaats daarvan haalde hij een geel pakje en een aansteker uit zijn jaszak. Terwijl ieder deel van zijn lichaam bezig was met een licht gehaaste, voorwaartse beweging te maken, probeerden zijn rechter- en linkerhand, gecoördineerd een sigaret uit het pakje te halen. De verschillende snelheden van zijn lichaam zorgden echter voor een grote onhandigheid die Alfons deed besluiten even halt te houden om de sigaret beheerst uit de verpakking te halen, te installeren en te ontsteken. Vergezeld door de warmte die de sigaret bracht, zette Alfons zijn snelle wandel pas voort.

Een bepaalde periode in tijd later arriveerde hij bij het Landgebouw, waar het college Literaire Analyse gegeven zou worden. In een aandoenlijk drafje bestormde Alfons de trappen die de ingang van het gebouw van de straat scheidde. Zijn lederen schoudertas, gevuld met boeken, bonkte bij iedere stap tegen zijn heup. Nadat hij zich door de draaideur had gemaneuvreerd nam veranderde zijn haastig loopje in een gedecideerde tred richting de college zaal. De klok die naast de ingang van de zaal hing toonde Alfons dat het college over één minuut aan zou vangen. Hij glimlachte zelfgenoegzaam toen hij de houten deur open duwde. De vulling van de zaal was niet overdadig te noemen: er zaten maximaal 20 mensen, her en der verspreid door de, naar beneden aflopende zaal. Alfons liep een goede tien treden van de trap naar beneden en sloeg toen een van de rijen stoelen in. Hij liep vervolgens geheel naar het midden van de rij en ging daar naast een schijnbaar bezette plaats zitten. De schijn van de bezetting werd gewekt door Ramons jas die over de zitting hing. Ramon zelf was echter afwezig. Het maakte deel uit van een raar ritueel dat Ramon voor ieder college uitvoerde. Hij was bij ieder college altijd ruim 10 minuten van te voren aanwezig. Hij plantte zijn tas op de grond en drappeerde zijn jas om de zitten van een klapstoeltje. In de negen minuten die vervolgens vertrokken, draaide hij rustig twee sigaretjes en kletste wat met reeds aanwezige studenten. Wanneer de laatste minuut voor aanvang van het college inging, stak hij één sigaret achter z’n oor en zette hij de andere nonchalant tussen zijn lippen en liep naar de uitgang van het gebouw.

Alfons wist zodoende dat Ramon op dit moment ongeveer zijn tweede sigaretje aan het roken was en spoedig het begin van de lezing zou verstoren. Het was een zeer bewuste handeling van rebellie, waarvan Alfons niet kon begrijpen waarom iemand het ooit zou toepassen. Maar het waren dit soort daden van anti-conformisme die Alfons zo bewonderde aan Ramon.

Alfons had Ramon ontmoet in de pauze van een van eerste colleges van het jaar. Graag zou ik die ervaring nu direct met jullie willen delen, helaas is het verhaal van deze ontmoeting te omvangrijk om als flashback te vertellen en zullen we deze passage dus apart beschrijven in het volgende hoofdstuk.

Zoals Alfons verwacht had, was Ramon nog niet teruggekeerd toen de professor begon te spreken.

‘Een zeer warm welkom aan allen die hier vandaag gekomen zijn. Het is een betoon van de kracht waarmee de Millenials het stigma van luiheid van zich afwerpen. Werkelijk heugelijk.’

De professor was bezig met het koppelen van zijn laptop aan de kabels van het beamer systeem. Even pauzeerde hij en keek hij, over zijn brilletje, naar het aanwezige publiek. Hij deed zijn mond open, wellicht om een toevoeging aan zijn eerder woorden uit te brengen, maar hij bedacht zich. Hij rommelde weer verder met de kabels. Het was een onwerkelijke situatie die aan het begin van vrijwel ieder college plaats scheen te nemen. Het wekte een zeer scherpe woede op bij Alfons: het geklungel van professoren met de apparatuur. Het deed zo een afbreuk op het statuur van de professoren wanneer je hen zag worstelen met de menselijke kwetsbaarheid. Alfons begreep niet waarom er geen onderhoud-medewerkers waren die, ter behoeven van het respect voor de professor en tijdsefficiency, het installatie process der computers vóór het college konden afhandelen.

Vanuit zijn ooghoek zag hij dat Ramon de zaal betreden had. Een ogenblik later liep hij de rij door, richting zijn stoel naast Alfons. Aangekomen bij op die bestemming tilde hij z’n jas omhoog en boog naar Alfons oor om te zeggen: ‘€2.000,- Alfons.’ Alfons draaide zijn hoofd en kijk recht tegen Ramons kop aan. Hoewel hij wist dat dit soort retorisch trucjes van hem meestal niet veel goeds betekende, reageerde hij: ‘€2.000,- Ramon?’ Hierop rechtte Ramon zijn rug en sprak luid ‘Ja, €2.000,- aan collegegeld betalen we om deze seniele vent met stekkers te zien rommelen Alfons’. Ramon de aandacht op zich gevestigd. Iedereen keek hem aan. De professor keek ook weer over zijn brilletje heen. Hij had duidelijk niet gehoord wat Ramon zojuist over hem zei, maar het aangezicht van Ramon Cornelissen, rechtopstaand in de collegezaal als centrum van aandacht, was omgeven door een geur van onraad. ‘Is alles naar wens, meneer Cornelissen?’ vroeg de professor.

‘Jawel hoor, ik was zojuist een lezing aan het geven over toegepaste beamer verbindingen in educatieve instellingen, wellicht heeft u ook interesse in dit onderwerp.’

De professor en Ramon keken elkaar aan, terwijl Alfons zo ver mogelijk in z’n stoel probeerde te zakken.

‘Je neemt de fallus van de beamer stevig bij de eikel,’ Ramon hield demonstratief een imaginaire HDMI-kabel vast en liet deze aan iedereen in de college zaal zien, ‘en begeleidt deze met uiterste zorg naar de warme, glibberige vag…’ op dit moment greep de professor in en riep Ramon tot orde: ‘Cornelissen, bewaar je vulgaire lezingen voor de kroeg. Ga zitten, houd je mond of verdwijn.’ Ramon liet zich tevreden in z’n stoel vallen, terwijl de professor de juiste kabel in de juiste ingang wist te stoppen. Het doek voor in de zaal werd opgelicht door de beamer.

‘Ah, hij is dus toch niet zo maagdelijk als de indruk die hij wekt,’ fluisterde Ramon.

Alfons keek geïrriteerd naar Ramon. Die had nog steeds een tevreden grijs op zijn gezicht, zeker nu nadat hij een aansluitende opmerking in het teken van seks had kunnen maken. Alfons fluisterde fel: ‘Waarom moest je mijn naam noemen en waarom moest je dit doen terwijl je in m’n aura staat te hengsten? Waarom moest je dit überhaupt doen?’

‘Och Alfons toch, wat betreft de autoriteit van professoren dicht ik je een ernstige vorm van kleinburgerlijkheid toe. Als ik zo met ieder ander was omgesprongen had je je kostelijk vermaakt.’

De professor was ondertussen begonnen met zijn lezing, dus Alfons fluisterde nog een fractie van een decibel zachter: ‘Je creëert weer schijnwerelden Ramon, je moet geen vergelijkingen trekken met andere constellaties, de situatie was zoals hij was: je maakt de professor belachelijk en hebt een grote bek. Ik vind het gekloot met die kabels en het tijdsverlies ook vreselijk, maar er is geen rede om onze professor zo voor paal te zetten.  Je weet dat ik daar ongemakkelijk van word.’

‘Ja, klopt mais je suis un traître, un traître, un traître et un provocateur!’ imiteerde Ramon een bekende Spaanse kunstschilder. De slechte imitatie ontwapende Alfons’ felheid  en hij moest lachen. Hij stompte Ramon in z’n maag. ‘De volgende keer steek ik je neer teringlijer, ik wil m’n reputatie bij de professoren niet laten verneuken door jouw.’

‘Mij lek steken gaat je vast in het zonnetje zetten vuile kanker maagd haha’. Beiden heren keken naar voren en lachten gedempt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *